Ons eerste thuis
Ze moest lachen, maar ik vond het niet grappig.
“Logeren”, zoals de verpleegkundige mijn woordkeuze verbeterde, dekte voor mij de lading niet. Ik had twee maanden met mijn gezin in dat ziekenhuiskamertje gewóónd. Geslapen in een ziekenhuisbed. Gegeten wat de ziekenhuispot schafte. Gewerkt op mijn iMac, die meer dan de helft van het enige tafeltje in beslag nam. Kamer 127 op de afdeling Neonatologie was ons eerste thuis.
Het blijft gek om daar terug te komen. Dat moet na een thuiskomst met een te vroeg en te klein geboren baby nog behoorlijk vaak. Nu is hij drie en hadden we vandaag onze laatste afspraak bij de liefste kinderpsycholoog, Manon. Wat een mooie timing; een paar dagen na Dani’s terugkeer uit het safehouse zaten we daar sterker dan ooit.
Ik vertelde Manon dat nu er zoveel rust in ons gezin is, ik merk dat er veel in me loskomt. Dat ik de spanning in mijn lijf voelde trekken toen we naar het ziekenhuis reden. Ik loop daar langs al die plekken waar ik me met mijn noisecancelling koptelefoon op zo vaak probeerde te onttrekken aan de ziekenhuisdrukte om even eenzaam te kunnen huilen. Niet om de impact van mijn kindje aan slangetjes, maar om die van zijn papa.
Het is goed nieuws dat we niet meer terug hoeven komen. Toch zal ik haar missen. Manon was een stukje van ons eerste thuis dat in ons leven bleef. En de meest oprechte persoon die ik daar kon vinden.
Aan het eind van ons laatste gesprek gaf Isha haar mijn 366 dagen (meer) Sunshine Scheurkalender. “Dit is wat die kuttijd in ieder geval heeft opgeleverd”, zei ik erbij. Na een afscheid met een omhelzing liepen we nog even langs de neonatologie, waar op dat moment niemand werkte die we kenden en een verpleegkundige mijn woordkeuze niet snapte. In de lift maakten we dezelfde selfie als we zo vaak hadden gedaan, voordat we naar ons echte thuis vertrokken.